Pesaris, het dorp waar de tijd nooit stil staat


In dit artikel neem ik jullie mee op reis naar het noordelijke deel van de regio Friuli Venezia Giulia en wel de bergen in, naar een bijzonder dorpje gelegen in de vallei van de tijd – ‘valle del tempo’ middenin de Karnische Alpen hemelsbreed niet ver van de Oostenrijkse grens. Het dorpje Pesariis maakt deel uit van de gemeente Prato Carnico. De officiële naam van de vallei is echter ‘val Pesarina’ vernoemd naar de rivier Pesarina die erdoorheen loopt. Het is dan ook niet vreemd dat de dorpelingen dit stadje liefelijk Pesaria noemen in hun lokale Karnische Friulaanse dialect.

Uitzicht over Pesaris

HET KLOKKENDORPJE

Dit dorpje wordt ook wel het klokkendorpje genoemd omdat hier al 3 eeuwen lang allerlei verschillende soorten klokken worden geproduceerd en geëxporteerd.

Vrij vreemd aangezien je niet verwacht een klokkenfabriek te vinden in dit behoorlijk afgelegen kleine dorpje van slechts 178 (!) inwoners gevormd uit nog net geen 100 verschillende families… Je zou bijna zeggen dat hier de tijd lijkt te hebben stilgestaan maar juist in Pesariis is het gebruik van deze gezegde echt onmogelijk! Dat zit namelijk zo.

De klokken van Pesaris

DE KLOKKENTRADITIE

Pesariis herbergt al eeuwenlang een van de belangrijkste nationale fabrieken voor wat betreft de productie van klokken. Sinds 1725 werd deze fabriek altijd gerund door dezelfde familie, de familie Solari. Slechts in de jaren 70 van de vorige eeuw is de fabriek verkocht aan de Turijnse Pirelli groep die deze traditie voortzet met natuurlijk het gebruik van de huidige moderne technieken en innovaties.

Wat ooit begon als een noodgedwongen bezigheid om geld in het laatje te krijgen in dit godvergeten dorpje groeide uit tot de belangrijkste commerciële handel voor de families die hier woonden en wonen. Vele soorten klokken zagen hier voor het eerst het daglicht waarvan er eentje de afgelopen decennia wereldberoemd is geworden, ook in Nederland! Maar daarover straks meer. Laten we eerst beginnen bij het begin.

EEN GEVANGENE UIT GENUA

Het verhaal over het klokkendorpje begint met een mooie legende. In het begin van de 18de eeuw werden de bosrijke Karnische Alpen maar al te graag door de Republiek van Venetië gebruikt om daar de volwassen bomen om te kappen om de stammen vervolgens via allerlei beekjes en rivieren per boot uiteindelijk naar Venetië te vervoeren. Waarom hadden ze al die duizenden boomstammen nodig? Heel simpel ten eerste voor de productie van de prachtige boten waarmee de Serenissima over de zeeën voer om handel te drijven maar ook oorlog te voeren en ten tweede om de stad uit te breiden al bouwende op de vele houten palen die als fundering in het water werden geplaatst.

Tijdens een van de vele zeereizen is een Venetiaanse boot in conflict gekomen met een boot uit Genua sinds jaar en dag dé grote concurrent van Venetië. Hierbij is de kapitein gevangengenomen die verbannen werd naar het afgelegen dorpje Pesariis. Deze goede man verveelde zich natuurlijk een ongeluk opgesloten in dit kleine gehucht middenin de bergen ver van zijn geliefde zee. Hij begon aan een hobby, het imiteren van klokken die hij tijdens zijn vele reizen was tegengekomen. De plaatselijke bevolking had nog nooit een klok gezien maar al gauw hing in ieder huis deze metalen wandklok. Zo kwam het dat deze kennis van klokkenbouw werd overgenomen door de inwoners waarvan de familie Solari de meest ondernemende was. De eerste kleine fabriek was geboren!

DE CRAMARS

De bewoners van Pesariis verkochten deze klokken in vroegere tijd door te voet naar de omringende heuvel- en bergachtige streken en landen te gaan. Deze ouderwetse vertegenwoordigers droegen de klokken daarbij op hun rug ingepakt in een soort grote houten ‘koffer’ die met riemen en banden op zijn plaats bleef zitten. Cramârs heette deze kooplui vernoemd naar de crama, juist die groter koffer op hun rug. Niet alleen klokken maar ook stoffen en kruiden verkochten ze en dat met name in de wintermaanden wanneer ze even niet op de velden en akkers hoefden te werken. Zo kwamen ze in contact met andere volkeren ten noorden van de Alpen maar ook in centraal Europa en konden met eigen ogen zien wat voor soort klokken deze mensen aan hun wanden hadden hangen. Vaak ging er een buitenlands exemplaar mee terug in de rug koffer om vervolgens eenmaal thuis te worden nagemaakt en zo breidde het assortiment zich steeds meer uit.